TERUG NAAR OVERZICHT

Ongelukkig op het werk? Voor de Belgen geen reden om een andere job te zoeken

Belgen veranderen niet snel van job, ook niet als ze elke maandagochtend met okselfrisse tegenzin een nieuwe werkweek aanvatten. Die rigide werkmentaliteit is trouwens niet nieuw: volgens de gegevens van Steunpunt Werk (KU Leuven) spendeerde de Belg in 1992 gemiddeld 11 jaar in zijn job. In 2017 was dat 11,3 jaar. We zochten uit waarom zoveel ongelukkige werknemers niets (willen) doen aan hun werksituatie.

De helft van de Belgische werknemers voelt zich maandelijks wel eens slecht op het werk. Voor 10 procent van de Belgen is dat dagelijkse kost. Opvallend: jonge werknemers hebben vaker een slecht gevoel bij hun job. Die cijfers komen uit een recent onderzoek van Agilitas (het vroegere T-interim). Het onderzoek bevestigt een trend die zich al langer voordoet op de Belgische arbeidsmarkt: een ‘slecht gevoel’ bij het werk vinden Belgen geen reden om een andere job te zoeken. Agilitas becijferde zo dat bijna driekwart van de ongelukkige werknemers effectief geen stappen naar een nieuwe job zet. Die tendens wordt nog extra bevestigd door een analyse over honkvastheid van het Steunpunt Werk van de KU Leuven. Volgens hun gegevens zat de Belg in 1992 gemiddeld 11 jaar in zijn job, in 2017 was dat 11,3 jaar.

Gouden kooi

Extralegale voordelen, een mooi loon, de opgebouwde anciënniteit, het feit dat je de ’ins’ en de ’outs’ goed kent: een gouden kooi is snel gebouwd en kan een remmende factor worden. “Weggaan bij een werkgever betekent dat je zekerheid, anciënniteit of een potentiële opzegtermijn opgeeft”, zegt DONALD DEFOORT, hr-directeur bij Willemen Groep. “Stel dat iemand met vijftien jaar anciënniteit wordt ontslagen, dan heeft die recht op vijftien maanden opzegvergoeding. Als diezelfde persoon zelf opstapt om bij een nieuwe werkgever in dienst te treden, dan start die terug met een opzegvergoeding van één week gedurende de eerste drie maanden van het nieuwe contract. In realiteit moet je dus toch al flink wat durf hebben om van job te veranderen.” Ook MARIE-CLAIRE TIRMARCHE, psychotherapeute en preventieadviseur bij hr-dienstverlener Attentia, ziet als bedrijfspsycholoog hoe ervaren werknemers trouw blijven aan hun huidige job, ook al zijn ze doodongelukkig. “De redenering is dat ze niets anders zullen vinden. Ze willen die anciënniteitsjaren niet verliezen, toch ook liever niet die auto, die jaarlijkse vakantie, dat mooi huis moeten opgeven… Sommige mensen worden dan een beetje beroepsklagers, maar doen eigenlijk zelf weinig om hun situatie te veranderen. Iedereen kent wel zo iemand. ‘Laf’ is een groot en lelijk woord, maar soms vraagt het nu eenmaal moed om je levenslot weer in handen te nemen.”

Werkzekerheid voor jongeren

Toch zijn het niet enkel de werknemers met een pak anciënniteit die niet ‘bougeren’. Ook jongeren laten hun job niet gemakkelijk los. “Jongeren vinden werkzekerheid echt wel belangrijk”, meent SARAH VANSTEENKISTE, coördinator van het Steunpunt Werk van de KU Leuven. “Veel jongeren dromen er zelfs van om twintig jaar in dezelfde job te blijven. Ze willen niets liever dan zekerheid opbouwen op vlak van werk en in hun loopbaan.” Veel heeft te maken met de levensfase waarin werknemers zich bevinden, stelt Marie-Claire Tirmarche. “Mensen die net gebouwd hebben, dragen zware financiële lasten. Die gaan al niet zo snel van werk veranderen. Veel mensen beginnen rond hun dertigste aan kinderen; ook dat combineert zich niet vlot met de zoektocht naar een andere job. Wat ook meespeelt, is hoe snel iemand om te beginnen werk vond. Wie lang moest zoeken naar een nieuwe job en onzeker is over hoe goed hij/zij in de markt ligt, zal krampachtig vasthouden aan de huidige.”

Typisch Belgisch?

De verknochtheid aan een job is natuurlijk geen uniek Belgisch fenomeen, maar dat neemt niet weg dat er aanwijzingen zijn dat het met de Belgen erg gesteld is. “Uit internationaal onderzoek blijkt dat de Belg hoog scoort op risicoaversie”, weet Sarah Vansteenkiste. “Veranderen van werk houdt altijd een bepaald risico in: je weet niet of je nieuwe job beter zal zijn. Het gevolg is dat we hier meer immobiliteit op de arbeidsmarkt zien dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, waar men veel sneller naar een nieuwe job op zoek gaat. De arbeidsmarktsituatie is er in zijn geheel natuurlijk anders, maar risico nemen is daar veel meer deel van de mentaliteit.” Ook Donald Defoort ziet ons gebrek aan ondernemerschap als deel van het probleem. “Het zit niet zo in onze genen om te ondernemen, op dat vlak zijn we erfelijk belast.” Marie-Claire Tirmarche koppelt de hang naar anciënniteit nog aan een ander Belgisch fenomeen. “Belgen hebben een baksteen in de maag, en dat zorgt automatisch voor een financiële beperking. Het is veel moeilijker om financiële risico’s te nemen als je maandelijks met een krappe afbetaling zit.”
Toch kan de beslissing om niet van werk te veranderen erg rationele redenen hebben. “Mensen vragen zich dan af: ‘Is het wel slecht genoeg om te veranderen?’”, zegt Marie-Claire Tirmarche. “Ze maken een afweging tussen de stressfactoren waardoor ze zich slecht voelen en de motivatiebronnen waardoor ze zich goed voelen. Je kan tien redenen hebben om te vertrekken, maar één heel goede om te blijven. En dan blijf je vaak. We leven bovendien in een tijd waarin al veel van mensen wordt gevraagd. Ze zijn vaak moe. En je moet net energie over hebben om voor je eigen waarden in het leven te gaan en te kiezen voor wat je leuk vindt.”

Richting burn-out

De verleiding is groot om een link te zien tussen al die werkongelukkigen en het toenemend aantal burn-outs en langdurig zieken. Geheel los staan ze niet van elkaar, maar een rechtstreeks oorzakelijk verband is een brug te ver, vindt Marie-Claire Tirmarche. “Een burn-out krijgen is een apart proces, dat trouwens eerder heel gemotiveerde en enthousiaste medewerkers treft. Die werken te hard en worden daardoor moe, of ze raken gefrustreerd omdat de werkomstandigheden niet goed zitten. Omdat ze systematisch stresssignalen negeren, zakken ze dieper en dieper tot het lichaam radicaal ‘stop’ zegt. Het is zeker niet omdat je je eens slecht voelt in je job dat je op een burn-out afstevent. Niets in het leven is perfect; dat ook je job af en toe eens tegenzit, is doodnormaal. Je moet natuurlijk wel alle signalen serieus nemen. Het is zoals met je auto: je kan het signaal om te tanken even negeren, maar op de duur moet je toch echt de moeite doen om naar een tankstation te rijden, wil je niet stilvallen.”

 

Tekst: Matthias Van Milders

Solliciteren 2.0: als de sollicitant het bedrijf gaat beoordelen

Wie het perfecte hotel wil boeken voor een weekendje uit of wil weten welke elektrische step het mee...

Dáár knelt het schoentje: technische jobs zijn gewoon niet sexy genoeg

VDAB heeft zijn jaarlijkse knelpuntberoepenlijst weer klaar. Het aantal beroepen waarvoor in Vlaande...

Mindfulness op het werk: de oplossing voor de burn-out epidemie?

Bedrijfspsychologe Anouk Decuypere werkt binnen de onderzoeksgroep HRM en Organisatiemanagement van ...

Meer robots en toch ook meer jobs

Over de invloed van de digitalisering op de arbeidsmarkt zijn intussen al halve bibliotheken bijeen ...

Ongelukkig op het werk? Voor de Belgen geen reden om een andere job te zoeken

Belgen veranderen niet snel van job, ook niet als ze elke maandagochtend met okselfrisse tegenzin ee...

Ook freelancers hebben nood aan een hr-beleid

Freelancen is hot! Steeds meer organisaties zetten naast hun vaste medewerkers ook een groeiend aant...

Rekrutering van latente jobzoekers: zet geen 11 Lukaku’s op het veld

Digitale marketing deed de laatste jaren zijn intrede in de wereld van rekrutering en maar goed ook:...

25 procent van jaarsalaris: zo veel kan het kosten om nieuwe medewerkers aan te werven

Zoals het bekende spreekwoord luidt: koken kost (veel) geld. Dat is ook zo voor bedrijven die nieuwe...

Hoe hou ik mijn team gemotiveerd?

Een afstandsbediening zou handig zijn, denk ik soms. Maar misschien ook wat saai. Een team leiden bi...